Uitleg van verschillen in bedragen

In de 1ste berekening ziet u het verwachte pensioen uit de huidige en nieuwe regeling. Daar zitten verschillen tussen. We leggen uit hoe dat kan.

Het pensioen voor uzelf

We verdelen het vermogen dat het pensioenfonds beheert.

Op het moment dat we overstappen, verdelen we het totale vermogen dat pensioenfonds MITT beheert voor iedereen met een pensioen bij ons fonds. Iedereen krijgt dan een kapitaal voor pensioen. Dat kapitaal levert vanaf het moment dat u uw pensioen laat ingaan een pensioen op, zo lang u leeft.

Het kapitaal voor pensioen waarmee u start, baseren we op de waarde van het pensioen dat u heeft opgebouwd of al ontvangt. Het kan verder verhoogd of verlaagd worden afhankelijk van onze financiële gezondheid op het moment dat we overstappen. Onze financiële gezondheid meten we met de dekkingsgraad. Deze geeft de verhouding aan tussen onze verplichtingen (de pensioenen die we nu en in de toekomst moeten uitbetalen) en bezittingen (de waarde van de beleggingen). De rente speelt ook een belangrijke rol: die is van invloed op de hoogte van de verplichtingen. Hoe hoger de rente, hoe lager het bedrag waarmee we moeten rekenen als 'verplichting'.

Sociale partners, dat zijn de vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers, hebben in het transitieplan afspraken gemaakt over hoe het fondsvermogen verdeeld wordt.

Voor de 1ste berekening zijn we uitgegaan van de afspraken die zijn gemaakt in het transitieplan en hebben we gerekend met de financiële situatie op 1 juli 2025. Op dat moment was de dekkingsgraad 127,4%.

De 2de en definitieve berekening van uw pensioen in de nieuwe regeling kunnen we pas maken vanaf de overstapdatum 1 april 2026. Aan de 1ste berekening kunnen geen rechten worden ontleend.

Er is geen maximum meer als we de resultaten van de beleggingen verdelen.

Elke maand verdelen we de resultaten van de beleggingen. Gaat het goed? Dan gaat uw kapitaal voor pensioen omhoog. In de huidige pensioenregeling zit er nog een maximum aan de verhoging van uw pensioen. In de nieuwe pensioenregeling is er geen maximum aan de opbouw van het kapitaal voor uw pensioen. Dat betekent dat het kapitaal voor uw pensioen (en dus ook uw verwachte pensioen) flink kan groeien als het goed gaat.

Bent u nog jong? Dan ziet u dit effect extra sterk bij het pensioen 'als het heel erg meezit'. Houd er rekening mee dat de kans heel klein is dat u dit bedrag krijgt. Het is de uitkomst in de situatie dat de beleggingen lange tijd uitzonderlijk veel opleveren.

Kleinere reserve

Er gaat een kleiner deel van de resultaten van de beleggingen naar de reserve. Dat betekent dat er meer geld naar uw kapitaal voor pensioen kan als het goed gaat met de beleggingen.

In de nieuwe pensioenregeling is de reserve vooral bedoeld om de pensioenen die we uitbetalen te beschermen. Heeft u uw pensioen nog niet laten ingaan en zit het erg tegen? Dan kunnen we dat niet meer opvangen met de reserve.

Dit is het gevolg:

  • Uw verwachte pensioen als het heel erg tegenzit is mogelijk lager dan in de huidige pensioenregeling, omdat er geen reserve meer is om (het kapitaal voor) uw pensioen aan te vullen.
  • Zit het niet tegen, dan is uw verwachte pensioen hoger. Er gaat namelijk minder geld naar de reserve en meer geld naar uw pensioen.
  • De gevolgen voor de pensioenen die we uitbetalen zijn kleiner. Moeten de pensioenen omlaag en zit er genoeg geld in de reserve? Dan vullen we de pensioenen aan. Zoals het er nu naar uitziet, is de kans klein dat de pensioenen die we uitbetalen de komende jaren omlaag moeten. Maar het is niet uitgesloten dat ze een keer omlaaggaan.

Het pensioen voor uw nabestaanden

Het partner- en wezenpensioen is alleen een verzekering

In de huidige pensioenregeling bouwt u elk jaar een deel van het pensioen voor uzelf op en voor uw partner als u overlijdt. Het kan gebeuren dat iemand overlijdt voor hij of zij met pensioen is. Sociale partners willen dat er dan wel een volwaardige uitkering is voor de partner. Daarom is er in de huidige pensioenregeling een verzekering die het opgebouwde partner- en wezenpensioen aanvult. We berekenen de verzekering alsof iemand niet was overleden en tot 68 jaar pensioen had opgebouwd. Uw partner en kinderen (tot 25 jaar) krijgen een uitkering uit de verzekering als u overlijdt terwijl u via uw werkgever pensioen bij ons opbouwt.

In de nieuwe pensioenregeling is het partnerpensioen vóór uw pensioenleeftijd altijd een verzekering. Het bedrag dat uw partner en kinderen tot 25 jaar krijgen, staat los van hoeveel u heeft opgebouwd.

Bouwde u partner- en wezenpensioen op in de huidige regeling? Dan zetten we dit om naar een kapitaal voor partner- en wezenpensioen in de nieuwe pensioenregeling.

Dit is het gevolg:

  • Heeft u een partnerpensioen opgebouwd op 1 juli 2025? En bouwt u pensioen op bij pensioenfonds MITT? Dan heeft uw partner als u vóór pensioendatum overlijdt, zowel recht op het partnerpensioen dat via de nieuwe pensioenregeling is geregeld, als het partnerpensioen dat is omgezet.
  • Gaat u met pensioen en kiest u dan voor partnerpensioen? Dan is er ook ná uw pensioendatum pensioen voor uw partner als u overlijdt.
  • Bouwt u geen pensioen meer op bij pensioenfonds MITT? Maar heeft u wel partnerpensioen opgebouwd in de oude regeling? Dan wordt de waarde van dit partnerpensioen omgezet naar kapitaal voor pensioen in de nieuwe pensioenregeling. Overlijdt u vóór uw pensioendatum? Dan heeft uw partner in de nieuwe pensioenregeling nog steeds recht op het partnerpensioen uit de oude regeling.
  • Gaat u met pensioen en kiest u dan voor partnerpensioen? Dan is er ook ná uw pensioendatum pensioen voor uw partner als u overlijdt.
  • Gaat u met pensioen en kiest u dan voor partnerpensioen? Dan is er ook ná uw pensioendatum pensioen voor uw partner als u overlijdt.
  • Ontvangt u al een pensioen en heeft u bij pensionering gekozen voor partnerpensioen? Dan is de waarde van dit partnerpensioen omgezet naar kapitaal voor partnerpensioen in de nieuwe pensioenregeling.

Lees meer over het partner- en wezenpensioen in de nieuwe regeling