Verplichtstelling

Verplichtstelling pensioenregeling

De pensioenregeling van Bpf MITT is verplicht gesteld voor ondernemingen die actief zijn in de Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie. Dit is bepaald door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De bedrijfsactiviteiten van een onderneming bepalen of de onderneming en zijn werknemers aan deze pensioenregeling moeten deelnemen. De werkingssfeer van Bpf MITT is omschreven in de verplichtstelling.

Deelname aan de pensioenregeling van Bpf MITT is verplicht voor alle werknemers van een aangesloten onderneming. Dat geldt dus ook voor oproepkrachten en thuiswerkers. Werkgever en werknemer mogen geen afspraken maken waardoor de werknemer niet deelneemt aan de pensioenregeling. Een afstandsverklaring is dus niet mogelijk. Dat staat in de wet. De werkgever is altijd verantwoordelijk voor het aanmelden van zijn werknemers bij Bpf MITT.

Uitzonderingen voor werkgever en werknemer 

Indien uw onderneming reeds een eigen pensioenregeling of pensioenverzekering heeft, kan uw onderneming onder voorwaarden vrijstelling krijgen. Uw onderneming kan hiervoor een verzoek indienen bij het bestuur van Bpf MITT. Het vrijstellingsbeleid van Bpf MITT is gebaseerd op de vrijstellingsgronden zoals die zijn opgenomen in het Vrijstellingsbesluit van de Wet Bpf 2000.

Ook bestaat er één uitzondering op de verplichtstelling voor werknemers. Een werknemer kan namelijk vanwege zijn godsdienst bezwaren hebben tegen een (pensioen)verzekering. De werkgever kan daarom een aanvraag voor vrijstelling wegens gemoedsbezwaren indienen bij het pensioenfondsbestuur.

De betreffende werknemer is wel verplicht tot het betalen van ‘spaarbedragen’ aan het pensioenfonds. Deze spaarbedragen zijn gelijk aan de pensioenpremie die werkgever en werknemer normaal gesproken moeten betalen. Het pensioenfonds boekt de spaarbedragen op een spaarrekening. Deze staat op naam van de werknemer. Het pensioenfonds keert het spaargeld uit wanneer de werknemer de pensioenleeftijd bereikt.